5 vragen en antwoorden over ‘Chavez-Vilchez’

Sinds het ‘Chavez-Vilchez’ arrest van 10 mei 2017 hebben wij vele tientallen verblijfsaanvragen behandeld voor ouders van Nederlandse kinderen. Ook ontvingen wij van honderden mensen vragen over deze verblijfsregeling. Veel antwoorden zijn te vinden in onze blog: ‘Verblijf bij een minderjarig Nederlands kind’.

Toch zijn er vijf vragen die hierin niet aan de orde komen en die we hier verder willen belichten. Dit ook omdat er op internet verder weinig informatie over te vinden is.

Dit zijn de 5 vragen die wij in dit artikel gaan behandelen:

  1. Mag de ouder tijdens het aanvraagproces in Nederland verblijven, werken en in- en uitreizen?

  2. Moet de ouder inburgeren voor of na het verkrijgen van een ‘Chavez-Vilchez’ verblijfsrecht?

  3. Hoe lang is het ‘Chavez-Vilchez’ verblijfsrecht geldig?

  4. Kan de ouder met een ‘Chavez-Vilchez’ verblijfsrecht in aanmerking komen voor verblijf voor onbepaalde tijd of het Nederlanderschap?

  5. Kan het niet-Nederlandse kind van de ouder met een ‘Chavez-Vilchez’ verblijfsrecht ook in aanmerking komen voor verblijf in Nederland?

 

Vraag 1: Mag de ouder tijdens het aanvraagproces in Nederland verblijven, werken en in- en uitreizen?

Rechtmatig verblijf

Een aanvraag om een EU-verblijfsdocument als ouder van een Nederlands kind mag in Nederland worden afgewacht. Hiervoor ontvangt de ouder van het kind een sticker in het paspoort met verblijfsaantekeningen. Met deze sticker kan het rechtmatig verblijf tijdens de aanvraag worden aangetoond.

De sticker met verblijfsaantekeningen is onder meer van belang voor de adresinschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP). De gemeente zal normaal gesproken alleen een inschrijving accepteren nadat een verblijfsaantekening in het paspoort is geplaatst. Dit heeft gevolgen voor bijvoorbeeld het recht op een Nederlandse zorgverzekering. Pas na inschrijving in de BRP en daaropvolgende toekenning van een BSN nummer kan namelijk aanspraak worden gemaakt op een zorgverzekering.

Werken in Nederland

De sticker met verblijfsaantekening is ook van belang om in Nederland te mogen werken tijdens het aanvraagproces om een EU-verblijfsdocument. Het uitgangspunt is dat bij indiening van een aanvraag voor verblijf bij een Nederlands kind een sticker ‘Verblijfsaantekeningen gemeenschapsonderdanen’ wordt afgegeven. Op deze sticker staat dat er tijdens de aanvraag arbeid mag worden verricht.

In de volgende gevallen geeft de IND echter geen sticker ‘Verblijfsaantekeningen gemeenschapsonderdanen’ af maar een sticker ‘verblijfsaantekeningen algemeen’ (zonder het recht om te werken). Dit volgt uit B10/2.2 Vreemdelingencirculaire:

  • de Nederlandse nationaliteit van het minderjarige kind is niet aangetoond met een geldig Nederlands paspoort
  • het Nederlandse kind is meerderjarig
  • de familierechtelijke relatie met het minderjarige Nederlandse kind is niet aangetoond
  • de vreemdeling is een stief-, pleeg- of opvangouder van het minderjarige Nederlandse kind
  • er zijn indicaties van een schijnerkenning
  • er is geen bewijs geleverd van opvoedings- en/of verzorgingstaken door de vreemdeling
  • de vreemdeling heeft verblijfsrecht in een andere EU-lidstaat
  • de vreemdeling kan niet op ondubbelzinnige wijze zijn identiteit en nationaliteit aantonen
  • er bestaan aanwijzingen dat het persoonlijke gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt, of
  • het minderjarige Nederlandse kind staat niet ingeschreven in de BRP

Reizen met een verblijfssticker

Met een sticker met verblijfsaantekeningen kan alleen binnen Nederland het rechtmatig verblijf tijdens het aanvraagproces worden aangetoond. De verblijfssticker is niet bedoeld om mee te reizen.

Is het nodig om tijdens het aanvraagproces het Schengengebied te verlaten om vervolgens weer Nederland in te reizen, dan kan er een terugkeervisum worden aangevraagd en afgegeven. Hiervoor dient een afspraak te worden gemaakt bij het IND-loket.

 

Vraag 2. Moet de ouder inburgeren voor of na het verkrijgen van een ‘Chavez-Vilchez’ verblijfsrecht?

Om in aanmerking te kunnen komen voor een EU-verblijfsdocument als ouder van een Nederlands kind hoeft men niet te zijn geslaagd voor het basisexamen inburgering in het buitenland of het inburgeringsexamen. Er geldt dus geen inburgeringsvereiste.

De ouder van een Nederlands kind wordt na afgifte van het EU-verblijfsdocument evenmin inburgeringsplichtig.

Toch is het sterk aan te raden om na afgifte van het EU-verblijfsdocument in te burgeren. De reden is dat een verblijfsrecht op grond van het ‘Chavez-Vilchez’ arrest tijdelijk is en men voor het verkrijgen van een verblijf voor onbepaalde tijd en het Nederlanderschap wel in het bezit moet zijn van het inburgeringsdiploma.

 

Vraag 3. Hoe lang is het ‘Chavez-Vilchez’ verblijfsrecht geldig?

Een EU-verblijfsdocument op grond van het ‘Chavez-Vilchez’ arrest wordt afgegeven met een geldigheidsduur van vijf jaar.

Dit type verblijfsdocument kan niet worden verlengd. In plaats daarvan kan een nieuwe aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (aanvraag om een EU-verblijfsdocument) worden ingediend.

Bij de aanvraag om een nieuw EU-verblijfsdocument moet worden aangetoond dat nog steeds aan de voorwaarden is voldaan. Dat betekent in ieder geval dat de niet-Nederlandse ouder nog steeds moet zorgen voor een minderjarig Nederlands kind.

Wordt het kind 18 jaar oud, dan bestaat op grond van het huidige standpunt van de IND geen recht meer op verblijf op grond van ‘Chavez-Vilchez’. Het kan daarom van belang zijn om vóór die tijd het verblijfsrecht om te zetten naar een ander verblijfsdoel, zoals verblijf bij partner of echtgenoot. Hiervoor hoeft geen MVV te worden aangevraagd en geen basisexamen inburgering in het buitenland te worden afgelegd. De overige voorwaarden (leeftijd, inkomen) blijven wel gelden.

Delissen Martens begeleidt aanvragen voor het wijzigen van het verblijfsdoel van ‘verblijf bij Nederlands kind’ in ‘verblijf bij partner of echtgenoot’.

Klik hier voor onze tarieven   |   Maak een (bel)afspraak

 

 

Vraag 4. Kan de ouder met een ‘Chavez-Vilchez’ verblijfsrecht in aanmerking komen voor verblijf voor onbepaalde tijd of het Nederlanderschap?

Op de website van de IND staat vermeld:

Onbepaalde tijd en Nederlander worden

Met de verblijfsvergunning voor verblijf bij minderjarig Nederlands kind kunt u géén aanvraag doen voor duurzaam verblijf, regulier onbepaalde tijd of EU-langdurig ingezeten. Ook kunt u niet de Nederlandse nationaliteit aanvragen.

Voor de IND is een ‘Chavez-Vilchez’ verblijfsrecht dus een eindstation, dat ophoudt wanneer het kind de achttienjarige leeftijd bereikt. Daarna moet de ouder Nederland verlaten.

Het is de vraag of dit juridisch ook klopt. Ook is het de vraag of het maatschappelijk gezien wenselijk is dat alle ouders van Nederlandse kinderen op de dag dat het kind 18 jaar oud wordt moeten vertrekken.

Momenteel lopen wordt hierover nog veel gezegd en geschreven. Ook lopen er diverse rechtszaken over de vraag hoe tijdelijk het verblijf is met een ‘Chavez-Vilchez’ verblijfsrecht en in hoeverre er aanspraak bestaat op de Nederlandse nationaliteit.

In een uitspraak van 6 april 2020 werd de IND door de rechtbank Amsterdam in het gelijk gesteld. Hier ging het om een naturalisatiekwestie, dus om het Nederlanderschap. De verwachting is dat er meer uitspraken zullen volgen en dat aan de hand daarvan duidelijk zal worden wat de rechtspositie is van mensen met een ‘Chavez-Vilchez’ verblijfsrecht. Ook is te verwachten dat de IND op termijn zal komen met een regeling om ouders van Nederlandse kinderen voor langere tijd in Nederland te kunnen laten verblijven.

Voor nu is het advies om de ontwikkelingen goed in de gaten te houden en, waar mogelijk, het verblijfsrecht om te zetten naar een ander verblijfsdoel. Is de ouder van het Nederlandse kind samen met de andere, Nederlandse ouder, dan kan het verblijfsrecht vrij eenvoudig worden omgezet naar het doel ‘verblijf bij partner of echtgenoot’. Hiervoor geldt geen inburgeringsvereiste maar wel een leeftijdseis en een inkomenseis. Nadat het verblijfsdoel is omgezet naar ‘verblijf bij partner of echtgenoot’ geldt er overigens wel een inburgeringsplicht,  

Na drie jaar verblijf bij een Nederlandse echtgenoot of partner kan al een naturalisatieverzoek worden ingediend. Hiervoor geldt wel een inburgeringsvereiste. Een goede reden om snel met een aanvraag om omzetting van het verblijfsdoel te beginnen kan zijn dat naar verwachting vanaf juli 2021 strengere inburgeringsregels gaan gelden

Delissen Martens begeleidt aanvragen voor het wijzigen van het verblijfsdoel van ‘verblijf bij Nederlands kind’ in ‘verblijf bij partner of echtgenoot’.

Klik hier voor onze tarieven   |   Maak een (bel)afspraak

 

 

Vraag 5. Kan het niet-Nederlandse kind van de ouder met een ‘Chavez-Vilchez’ verblijfsrecht ook in aanmerking komen voor verblijf in Nederland?

De niet-Nederlandse ouder van een minderjarig Nederlands kind komt in aanmerking voor verblijf op grond van het ‘Chavez-Vilchez’ arrest. Maar hoe zit het als deze ouder een kind heeft uit een eerdere relatie of huwelijk?

In deze situatie wordt ook wel gesproken van een ‘voorkind’. Dit voorkind heeft doorgaans dezelfde nationaliteit als de ‘derdelander-ouder’ van het Nederlandse kind. Het voorkind is in feite een halfbroer of -zus van het Nederlandse kind en is afhankelijk van zijn of haar biologische vader of moeder.

Krijgt de ouder van een Nederlands kind een verblijfsrecht in Nederland op grond van het ‘Chavez-Vilchez’ arrest, dan zal de IND doorgaans een afgeleide verblijfsvergunning verlenen aan het voorkind. Hierbij gelden wel enkele bijzonderheden:

  1. De ouder dient een aanvraag om een EU-verblijfsdocument in. Hiervoor geldt een beslistermijn van 6 maanden. Het voorkind dient een aanvraag in om een verblijfsvergunning voor ‘verblijf bij ouder’. Hiervoor geldt een beslistermijn van 3 maanden. De verblijfsvergunning ten behoeve van het voorkind kan normaal gesproken pas worden verleend nadat de ouder een EU-verblijfsdocument heeft gekregen. In de praktijk leidt dat er vaak toe dat het voorkind enige tijd zonder geldige verblijfsstatus in Nederland moet verblijven voordat er een verblijfsvergunning kan worden aangevraagd.
  2. Voor de verblijfsvergunning van het voorkind wordt in de praktijk niet getoetst aan het MVV-vereiste en het inkomensvereiste. Dit omdat sprake is van een ‘subjectieve belemmering om het gezinsleven in het land van herkomst uit te oefenen’. Tot op heden is dit echter niet in de beleidsregels uitgewerkt.
  3. Is het voorkind al in Nederland? Dan kan de verblijfsaanvraag worden ingediend nadat de ouder in het bezit is gesteld van een EU-verblijfsdocument. Verblijft het voorkind nog in het buitenland, dan zal doorgaans een MVV-aanvraag moeten worden ingediend ten aanzien van dit kind. Dit kan ook pas nadat de ouder zelf een verblijfsrecht heeft verkregen.
Delissen Martens begeleidt aanvragen voor toelating en/of verblijf ten behoeve van voorkinderen van ‘Chavez-Vilchez’ ouders.

Klik hier voor onze tarieven   |   Maak een (bel)afspraak

 

Terug naar overzicht