Trouwen zonder verblijfsstatus
donderdag 23 april 2026
Het recht om te trouwen
Het recht om te huwen is een fundamenteel recht, beschermd door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. In het Nederlandse recht zijn de huwelijksbeletselen — de redenen waarom een huwelijk niet mag worden gesloten — limitatief opgesomd in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Het gaat om de volgende vereisten:
- Beide partners moeten achttien jaar of ouder zijn.
- Geen van beide partners mag zodanig gestoord zijn in de geestvermogens dat hij of zij niet in staat is de eigen wil te bepalen of de betekenis van de huwelijksverklaring te begrijpen.
- Een persoon kan slechts met één andere persoon tegelijkertijd door het huwelijk verbonden zijn (verbod op bigamie).
- Het huwelijk mag niet worden gesloten tussen naaste bloedverwanten in de opgaande of neerdalende lijn
- De partners mogen niet tegelijkertijd een geregistreerd partnerschap met elkaar zijn aangegaan.
Opvallend afwezig in deze lijst: het bezit van een geldig verblijfsdocument. De wet stelt dit simpelweg niet als voorwaarde voor het aangaan van een huwelijk. Een vreemdeling zonder verblijfsstatus kan dus in beginsel trouwen in Nederland.
De verklaring bij ondertrouw
Dat er geen verblijfsdocument vereist is, betekent niet dat de verblijfsstatus helemaal geen rol speelt. Bij het kenbaar maken van het voornemen om te trouwen (de zogeheten ondertrouw) moeten de aanstaande echtgenoten een aantal gegevens en documenten verstrekken aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Als een van de aanstaande echtgenoten niet de Nederlandse nationaliteit bezit of niet rechtmatig in Nederland verblijft, moet een verklaring worden overgelegd dat het voornemen om in het huwelijk te treden niet wordt aangegaan met het oogmerk om verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen. Daarnaast moet een verklaring omtrent het verblijfsrecht van de buitenlandse partner worden overgelegd. De wet vraagt dus niet om een verblijfsdocument, maar wel om transparantie over de verblijfssituatie.
Moet je ingeschreven staan in de gemeente waar je trouwt?
Veel gemeenten stellen als praktische eis dat minstens één van de aanstaande echtgenoten in hun basisregistratie personen staat ingeschreven. Dit is echter geen wettelijke voorwaarde. Artikel 1:63, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, bepaalt dat het huwelijk wordt voltrokken ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de door de aanstaande echtgenoten aangewezen gemeente. De wet geeft het bruidspaar dus uitdrukkelijk de vrijheid om zelf te kiezen in welke gemeente zij willen trouwen, zonder dat een van beiden daar hoeft te zijn ingeschreven. Gemeenten mogen deze keuze niet blokkeren door een BRP-inschrijving als harde voorwaarde te stellen.
De schijnhuwelijktoets
De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft een wettelijke taak om vlak voor de huwelijksvoltrekking opnieuw de rechtmatigheid van het verblijf van de buitenlandse partner te verifiëren. Als deze partner geen rechtmatig verblijf heeft, en de ambtenaar van oordeel is dat het oogmerk van de aanstaande echtgenoten (of een van hen) niet gericht is op de vervulling van de door de wet aan de huwelijkse staat verbonden plichten, maar op het verkrijgen van toelating tot Nederland, dan weigert de ambtenaar de huwelijksakte op te maken.
Daarnaast is het Openbaar Ministerie bevoegd om het huwelijk te stuiten wegens strijd met de Nederlandse openbare orde, indien het oogmerk van de aanstaande echtgenoten, of een van hen, niet gericht is op de vervulling van de huwelijkse plichten, maar op het verkrijgen van toelating tot Nederland.
De wet maakt dus een onderscheid. Het ontbreken van een verblijfsvergunning is op zichzelf geen reden om een huwelijk te weigeren. Maar het ontbreken van rechtmatig verblijf is wel een signaal dat de ambtenaar alert maakt op de mogelijkheid van een schijnhuwelijk. De ambtenaar zal het huwelijk kritischer beoordelen.
Wanneer wordt een huwelijk geweigerd?
In de praktijk hanteren gemeenten een combinatie van factoren om te beoordelen of sprake is van een schijnhuwelijk. Uit de rechtspraak komen de volgende indicatoren naar voren:
- De partners lijken elkaar niet of nauwelijks te kennen, leggen tegenstrijdige verklaringen af over hun relatie, ontmoeting of huwelijk.
- Er is een groot leeftijdsverschil tussen de partners.
- Een van de partners heeft geen rechtmatig verblijf en er is kennelijke haast om te trouwen.
- De bedoeling om samen te wonen ontbreekt.
- Er kan geen of nauwelijks bewijs worden geleverd van een bestendige relatie (foto's, gezamenlijke activiteiten, verklaringen van familie of vrienden).
Geen van deze factoren is op zichzelf beslissend. Het gaat altijd om het totaalbeeld. Zo heeft de rechtbank in haar uitspraak van 30 september 2020 (ECLI:NL:RBMNE:2020:4681) geoordeeld dat een ambtenaar op goede gronden had geweigerd mee te werken aan een huwelijk, maar dat nieuwe omstandigheden — waaronder het feit dat de partners daadwerkelijk samenwoonden en nog steeds wilden trouwen — voldoende aanleiding gaven om de weigering te vernietigen en het huwelijk alsnog te laten voltrekken.
Omgekeerd bevestigde de rechtbank in haar uitspraak van 16 december 2025 (ECLI:NL:RBMNE:2025:6560) een weigering waarbij de partners weinig meer konden verklaren dan dat zij "van elkaar hielden", slechts eenmaal per maand een wandeling maakten, slechts één foto konden tonen, en de man eerder tegenstrijdige verklaringen had afgelegd over zijn relaties.
Wat als de ambtenaar weigert?
Als de ambtenaar van de burgerlijke stand weigert mee te werken aan de voltrekking van het huwelijk, moet hij een schriftelijke, met redenen omklede mededeling sturen aan de betrokkenen, met vermelding van de mogelijkheid om de zaak aan de rechter voor te leggen. Een afschrift van deze weigering wordt ook aan de IND gestuurd.
Belanghebbende partijen kunnen binnen zes weken na verzending van het weigeringsbesluit een verzoek indienen bij de rechtbank. De rechtbank beoordeelt dan of de weigering gegrond of ongegrond is. Is de weigering ongegrond, dan wordt de ambtenaar gelast alsnog mee te werken. Let op: dit verzoek moet bij de civiele rechter worden ingediend (team familie en jeugd), niet bij de bestuursrechter.
Trouwen geeft geen verblijfsrecht
Een veelvoorkomend misverstand is dat een huwelijk met een Nederlander automatisch recht geeft op verblijf in Nederland. Dat is niet het geval. Na het huwelijk moet de buitenlandse partner nog steeds een verblijfsvergunning aanvragen bij de IND. Het huwelijk is hierbij relevant. De IND toetst zelfstandig of aan de voorwaarden wordt voldaan, waaronder het middelenvereiste.
Praktische tips
Zorg dat je goed voorbereid bent als je als vreemdeling zonder verblijfsstatus in Nederland wilt trouwen. Verzamel ruim van tevoren bewijs van je relatie: foto's met data, gezamenlijke correspondentie, verklaringen van familie en vrienden, bewijzen van samenwoning of gezamenlijke activiteiten. Wees open en eerlijk tijdens het gesprek met de ambtenaar van de burgerlijke stand. Tegenstrijdige verklaringen zijn de belangrijkste reden waarom huwelijken worden geweigerd.
Conclusie
De wet staat trouwen in Nederland zonder verblijfsstatus toe. Een geldig verblijfsdocument is geen huwelijksvereiste. Maar de praktijk is genuanceerder: de ambtenaar van de burgerlijke stand heeft de taak en de bevoegdheid om te toetsen of er geen sprake is van een schijnhuwelijk, en het ontbreken van rechtmatig verblijf maakt die toets strenger. Met goede voorbereiding, eerlijke communicatie en bewijs van een oprechte relatie hoeft het ontbreken van een verblijfsvergunning geen belemmering te zijn voor het sluiten van een huwelijk in Nederland.
![]()
Lees ook
- Schengenvisum aanvragen: procedure, vereisten en tips om afwijzing te voorkomen
- Naturalisatie zonder afstand van nationaliteit: wanneer verlies van vermogensrechtelijke rechten een wettelijke uitzondering kan vormen
- Heeft u een verblijfsrecht in een andere EU lidstaat? Wat u moet weten over verblijfsrecht bij een Nederlands kind
- Arbeidsongeschiktheid en het inkomensvereiste – Deel 3 (Bijstandsuitkering / Wsw of indicatie banenafspraak)
- Arbeidsongeschiktheid en het inkomensvereiste – Deel 2 (Wajong en Ziektewet)
- Arbeidsongeschiktheid en het inkomensvereiste – Deel 1 (WAO en WIA)
- De IND is te laat met beslissen – Deel II
- De ‘duurzame en exclusieve relatie’ bij een verblijfsvergunning of MVV-aanvraag
- Is er leven na 'Chavez'?
- Annulment en (de onmogelijkheid van) echtscheiding in de Filipijnen