Naturalisatie zonder afstand van nationaliteit: wanneer verlies van vermogensrechtelijke rechten een wettelijke uitzondering kan vormen
Verlies van vermogensrechtelijke rechten als grond voor vrijstelling van de Nederlandse afstandsplicht
Bij het aanvragen van de Nederlandse nationaliteit door naturalisatie geldt als hoofdregel dat de aanvrager afstand moet doen van zijn of haar oorspronkelijke nationaliteit. Deze zogenoemde afstandsplicht is een kernbepaling van het Nederlandse nationaliteitsrecht.
De afstandsplicht is echter niet absoluut. De Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) en de bijbehorende Handleiding voor de toepassing van de RWN (Handleiding RWN) kennen verschillende uitzonderingen. Deze uitzonderingen gelden onder meer in situaties van juridische onmogelijkheid, onevenredige kosten of ernstige nadelige gevolgen.
Een van de meer complexe en technisch-juridische uitzonderingen doet zich voor wanneer afstand van de oorspronkelijke nationaliteit leidt tot het verlies van vermogensrechtelijke rechten, met een aanzienlijk financieel nadeel tot gevolg.
Deze blog richt zich specifiek op deze vrijstellingsgrond. Andere uitzonderingen op de afstandsplicht worden afzonderlijk besproken.
Wat zijn vermogensrechtelijke rechten in de context van naturalisatie?
De uitzondering is van toepassing wanneer de aanvrager kan aantonen dat het afstand doen van de oorspronkelijke nationaliteit zal leiden tot het verlies van vermogensrechtelijke rechten die reeds bestaan op het moment van indiening van de naturalisatieaanvraag.
Onder vermogensrechtelijke rechten worden verstaan: juridisch afdwingbare rechten van economische aard met een objectief bepaalbare financiële waarde. Het begrip is ruimer dan uitsluitend erfrechten.
Voorbeelden zijn:
- Verlies van eigendom van onroerend goed in het land van herkomst
- Verlies van erfrechten
- Verlies van een bestaande onderhoudsaanspraak (alimentatie)
- Verlies van opgebouwde pensioenrechten
- Verlies van andere bestaande financiële aanspraken
Een aanvrager die zich op deze uitzondering wil beroepen, moet een verklaring ondertekenen waarin hij of zij aangeeft een beroep te doen op deze vrijstelling en niet bereid te zijn afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit.
Aantonen dat het verlies daadwerkelijk optreedt op grond van buitenlands recht
Het is niet voldoende om te stellen dat financieel verlies mogelijk is.
De aanvrager moet aantonen dat op grond van het recht van het land van herkomst het afstand doen van de nationaliteit rechtstreeks leidt tot het verlies van het specifieke vermogensrecht of vermogensbestanddeel.
Dit moet worden onderbouwd met:
- Officiële documenten van bevoegde autoriteiten in het land van herkomst
- Relevante wettelijke bepalingen
- Gelegaliseerde en vertaalde documenten, indien vereist
Daarnaast moet de aanvrager aantonen dat hij of zij persoonlijk rechthebbende is op het betreffende vermogensrecht of vermogensbestanddeel. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit:
- Officiële verklaringen van bevoegde instanties (zoals een kadastraal uittreksel bij onroerend goed)
- Een notariële akte (bij erfrechten)
- Een rechterlijke uitspraak (bij onderhoudsaanspraken)
Ook moet de actuele marktwaarde van het vermogensrecht of vermogensbestanddeel dat verloren zou gaan, inzichtelijk worden gemaakt.
Geen aanzienlijk financieel nadeel indien het verlies redelijkerwijs kan worden voorkomen
Niet ieder financieel verlies wordt in het naturalisatiebeleid als “aanzienlijk” aangemerkt.
Een wezenlijk criterium is of het verlies onvermijdelijk is.
Indien een aanvrager bijvoorbeeld eigenaar is van onroerend goed in het land van herkomst dat bij afstand verloren zou gaan, maar dit voorafgaand aan de afstand redelijkerwijs kan verkopen en de opbrengst naar Nederland kan overmaken, is geen sprake van een aanzienlijk financieel nadeel.
Hetzelfde geldt voor financiële aanspraken of uitkeringen die voorafgaand aan de afstand volledig kunnen worden afgekocht of te gelde gemaakt.
Alleen wanneer aannemelijk wordt gemaakt dat verkoop, overdracht of liquidatie onmogelijk is, of uitsluitend mogelijk onder onredelijk bezwarende voorwaarden, wordt het verlies als onvermijdelijk en daarmee juridisch relevant beschouwd.
De 25%-toets in het naturalisatierecht: wanneer is sprake van een aanzienlijk nadeel?
De kern van de financiële beoordeling is de verhouding tussen:
- De waarde van de vermogensrechtelijke rechten die door afstand verloren zouden gaan, en
- Het resterende vermogen van de aanvrager (wereldwijd).
Onder resterend vermogen wordt verstaan: het totale vermogen van de aanvrager in Nederland en daarbuiten dat niet door de afstand wordt geraakt.
Het financieel nadeel wordt als aanzienlijk aangemerkt wanneer de waarde van het verlies gelijk is aan of meer bedraagt dan 25% van het resterende vermogen.
Is het verlies minder dan 25%, dan is de uitzondering in beginsel niet van toepassing.
Van belang is dat inkomsten bij deze beoordeling geen rol spelen. Het gaat uitsluitend om vermogen. De ratio hiervan is dat deze uitzondering ziet op het verlies van bestaande vermogensrechten, niet op een eenmalige betaling of toekomstige inkomensderving.
Minimum- en maximumdrempels gekoppeld aan naturalisatieleges
De Handleiding RWN kent daarnaast minimum- en maximumgrenzen die zijn gekoppeld aan de hoogte van de naturalisatieleges.
- Indien het verlies gelijk is aan of lager is dan het bedrag van de verlaagde naturalisatieleges (bij een enkelvoudige aanvraag), wordt het verlies als te beperkt beschouwd en kan geen beroep worden gedaan op de uitzondering.
- Indien het verlies gelijk is aan of hoger is dan tienmaal de normale naturalisatieleges (bij een enkelvoudige aanvraag), is de uitzondering automatisch van toepassing, ongeacht de omvang van het totale vermogen van de aanvrager.
Tussen deze onder- en bovengrens blijft de 25%-toets doorslaggevend.
Gezamenlijke naturalisatieaanvragen door partners
Wanneer partners gezamenlijk een naturalisatieaanvraag indienen, betekent het feit dat één partner aan de voorwaarden voor vrijstelling voldoet niet automatisch dat de andere partner eveneens is vrijgesteld van de afstandsplicht.
Elke partner moet afzonderlijk aantonen dat hij of zij persoonlijk vermogensrechtelijke rechten verliest als gevolg van afstand.
Indien beide partners verlies lijden, worden door de autoriteiten gecombineerd:
- De totale waarde van de vermogensrechten die beide partners zouden verliezen, en
- Het totale resterende vermogen van beide partners.
Vervolgens wordt de 25%-toets toegepast op deze gecombineerde bedragen.
Indien het gezamenlijke verlies gelijk is aan of meer bedraagt dan 25% van het gezamenlijke resterende vermogen, kunnen beide partners in aanmerking komen voor vrijstelling. Is dat niet het geval, dan komt geen van beiden voor de uitzondering in aanmerking.
Een partner die zelf geen vermogensrechten verliest, kan zich niet op deze uitzondering beroepen.
Praktische implicaties: documentatie en financiële onderbouwing
Het inroepen van deze uitzondering vergt een zorgvuldige juridische en financiële voorbereiding.
De bewijslast ligt volledig bij de aanvrager.
Uit de overgelegde stukken moet duidelijk blijken:
- Dat afstand van nationaliteit op grond van buitenlands recht leidt tot verlies van het betreffende vermogensrecht
- Dat verkoop, overdracht of liquidatie redelijkerwijs niet mogelijk is
- Wat de actuele waarde van het vermogensrecht of vermogensbestanddeel is
- Dat aan de 25%-drempel wordt voldaan
Omdat vaak sprake is van buitenlandse wetgeving, grensoverschrijdende vermogensstructuren en waarderingsvraagstukken, zijn dit juridisch en financieel technisch complexe dossiers.
Naturalisatie zonder afstand: hoe Delissen Martens kan ondersteunen
Bij Delissen Martens begeleiden wij cliënten in complexe naturalisatieprocedures waarin afstand van nationaliteit ingrijpende juridische en financiële gevolgen kan hebben.
Deze dossiers vereisen doorgaans:
- Analyse van relevante buitenlandse wetgeving
- Afstemming met buitenlandse autoriteiten
- Zorgvuldige financiële berekeningen
- Strategische opbouw van het bewijsdossier
Wij beoordelen of een beroep op de vrijstelling van de afstandsplicht in uw situatie juridisch kansrijk is, signaleren eventuele hiaten in de bewijsvoering, begeleiden legalisatie- en vertaaltrajecten en dienen een juridisch onderbouwd verzoek in bij de bevoegde Nederlandse autoriteiten.
Aangezien de afstandsplicht en de uitzonderingen daarop strikt worden toegepast, is een grondige en strategische voorbereiding essentieel.
Een zorgvuldig onderbouwde aanvraag kan het verschil maken tussen toewijzing en afwijzing.
![]()
Lees ook
- Heeft u een verblijfsrecht in een andere EU lidstaat? Wat u moet weten over verblijfsrecht bij een Nederlands kind
- Arbeidsongeschiktheid en het inkomensvereiste – Deel 3 (Bijstandsuitkering / Wsw of indicatie banenafspraak)
- Arbeidsongeschiktheid en het inkomensvereiste – Deel 2 (Wajong en Ziektewet)
- Arbeidsongeschiktheid en het inkomensvereiste – Deel 1 (WAO en WIA)
- De IND is te laat met beslissen – Deel II
- De ‘duurzame en exclusieve relatie’ bij een verblijfsvergunning of MVV-aanvraag
- Is er leven na 'Chavez'?
- Annulment en (de onmogelijkheid van) echtscheiding in de Filipijnen
- De rechten van (voor)kinderen o.b.v. het Chavez Vilchez-arrest
- De IND is te laat met beslissen. Kan ik een ingebrekestelling sturen?