Ga direct naar de inhoud.

Inkomen

Om voor een buitenlandse partner, echtgeno(o)t(e) of kind garant te kunnen staan, dient de hoofdpersoon te beschikken over voldoende inkomsten. Deze mogen niet afkomstig zijn uit de publieke middelen, zoals een bijstandsuitkering.

In sommige gevallen kan de hoofdpersoon worden vrijgesteld van inkomen. Het maakt dan niet uit wat voor inkomen men verdient of hoe hoog het bedrag is.

INKOMENSEIS

De inkomenseis bestaat uit drie onderdelen: zelfstandigheid, hoogte en duurzaamheid. Zelfstandigheid bepaalt in hoeverre de inkomsten worden verdiend door de hoofdpersoon zelf. De hoogte bepaalt hoeveel inkomen de hoofdpersoon moet verdienen en duurzaamheid hoelang dat inkomen gegarandeerd is.

Zelfstandigheid

De inkomsten van de hoofdpersoon moeten zelfstandig zijn. Dit houdt in dat deze inkomsten door de hoofdpersoon  zelf worden verdiend. Hierbij valt te denken aan loon uit arbeid, inkomen uit arbeid als zelfstandige (ook als freelancer) en uit bepaalde inkomensvervangende uitkeringen waarvoor premie is afgedragen, zoals krachtens de WAO/WIA, WW en de Ziektewet.

Ook andere inkomsten kunnen soms worden beschouwd als zelfstandig inkomen, zoals inkomsten uit pensioen, eigen vermogen, huurinkomsten, etc. Voor alle inkomsten is wel van belang dat de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen.

Inkomsten afkomstig uit de openbare kas (bijstandsuitkeringen, studiefinanciering, subsidies) worden niet als inkomen beschouwd. Hetzelfde geldt voor bepaalde belastingvoordelen (hypotheekaftrek, e.d.) en toeslagen.

Hoogte van het inkomen

Het inkomen dat de hoofpersoon moet verdienen is gekoppeld aan het (bruto) wettelijk minimumloon.

De hoogte van het wettelijk minimumloon wordt ieder jaar vastgesteld door de Minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen echtparen of ongehuwd samenwonenden en alleenstaande ouders. Hier gaat het om de gezinssituatie, die alleen van belang is voor gezinshereniging met een kind. Is de hoofdpersoon zelf niet getrouwd of samenwonend, dan geldt de norm voor alleenstaande ouders. Is de hoofdpersoon wel getrouwd of samenwonend, dan geldt het normbedrag voor echtparen of ongehuwd samenwonenden. Dit is ook het geval wanneer het om een kind dat gelijktijdig meereist met de partner van de hoofdpersoon.

De hoogte van het vereiste inkomen kan worden afgeleid uit onderstaande tabel. Hierin zijn ook de normbedragen inclusief vakantiegeld opgenomen.

LET OP: de bedragen in onderstaande tabel zijn BRUTO bedragen.

De bedragen zijn geldig vanaf juli 2018. Wml = Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag 
Meer informatie op Rijksoverheid
Bruto Wml-norm per maandBruto per maand exclusief vakantiegeld
 
Echtparen en ongehuwd samenwonenden€ 1.721,74€ 1.594,20
Alleenstaande ouders€ 1.205,21€ 1.115,94

 

Hoogte van het inkomen uit arbeid (loondienst) 

Niet het brutoloon, maar het sv-loon (loon sociale verzekeringen) moet ten minste gelijk zijn aan het (bruto) Wml. Het sv-loon, dat ook wel coördinatieloon of premieloon genoemd wordt, is het loon waarover de premies op grond van de sociale verzekeringen worden berekend en waarop de uitkeringen worden gebaseerd.

Reiskostenvergoedingen worden niet als inkomen beschouwd. Overwerkvergoedingen of vergoedingen voor onregelmatige diensten kunnen soms wel als inkomen worden meegerekend, maar dan moet worden aangetoond dat er door overuren structureel meer wordt verdiend dan het basisloon. Met 'structureel' wordt bedoeld: minimaal één jaar.

Een eindejaarsuitkering of een bonus kan wel worden meegerekend, mits het bedrag kan worden vastgesteld en de arbeidsovereenkomst hier recht op geeft.

Hoogte van het inkomen uit onderneming

De hoogte van het inkomen van een ondernemer, met inbegrip van een freelancer, wordt berekend aan de hand van de brutowinst. De brutowinst gedeeld door het aantal maanden waarop de winstberekening betrekking heeft, is het maandinkomen. Deze moet minstens gelijk zijn aan het bruto normbedrag per maand inclusief vakantiegeld. Om dit inzichtelijk te maken, wordt gebruik gemaakt van een formulier, ondertekend door de boekhouder of accountant van de ondernemer. 

Duurzaamheid van het inkomen

Een minstens even belangrijke eis als de zelfstandigheid en de hoogte van het inkomen is de duurzaamheid van dat inkomen. Het inkomen moet namelijk lang genoeg beschikbaar zijn. Hiervoor wordt de datum van de (advies-)aanvraag om een MVV als uitgangspunt genomen. Op die datum moet het inkomen voldoende duurzaam zijn.

Duurzaamheid van het inkomen uit arbeid (loondienst)

Bij inkomen uit arbeid in loondienst, moet het salaris op de datum van de aanvraag nog voor minstens één jaar beschikbaar zijn (zie hieronder). Wordt de aanvraag bijvoorbeeld op 1 juni ingediend, dan zal het inkomen tot minstens 1 juni van het volgende jaar beschikbaar moeten zijn in de vorm van een arbeidsovereenkomst. Een intentieverklaring is hiervoor niet voldoende!

Als het inkomen nog minder dan een jaar beschikbaar is, kan het inkomen toch als duurzaam worden aangemerkt, mits de drie jaar vóór de aanvraag onafgebroken voldoende inkomsten zijn verdiend. Het inkomen dat de afgelopen drie jaren is verworven, hoeft daarbij niet iedere maand gelijk te zijn geweest aan de relevante brutonorm; voldoende is dat het inkomen op jaarbasis daaraan voldoet.

[UPDATE 24-03-2017]: Op 23 maart 2017 is nieuw beleid bekendgemaakt met betrekking tot de bepaling van de duurzaamheid van het inkomen uit arbeid in loondienst. Volgens het nieuwe beleid zijn inkomsten uit arbeid in loondienst eveneens duurzaam "indien op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven een aaneengesloten periode van een jaar voldoende middelen van bestaan uit arbeid in loondienst zijn verworven en de middelen van bestaan nog zes maanden beschikbaar zijn".

De nieuwe regel komt erop neer dat de referent ook voor een buitenlandse partner of gezinslid garant kan staan met gegarandeerde inkomsten uit arbeid in loondienst voor nog 6 maanden te rekenen vanaf de aanvraagdatum en een inkomen uit arbeid in loondienst gedurende het jaar voorafgaand aan de aanvraag. Wel moeten de inkomsten steeds voldoende zijn (geweest), dus minimaal gelijk aan het bruto wettelijk minimumloon.

Duurzaamheid van het inkomen uit onderneming

Inkomen uit arbeid als zelfstandige is alleen duurzaam als met hetzelfde bedrijf ten minste anderhalf jaar inkomsten uit arbeid als zelfstandige zijn verworven door dezelfde hoofdpersoon (zie hieronder).

Wanneer een ondernemer niet kan voldoen aan de inkomenseisen vanwege de duurzaamheidseis (de onderneming bestaat nog niet lang genoeg), is het in sommige gevallen wel mogelijk om op basis van inkomen uit arbeid in loondienst aan de voorwaarden te voldoen.

Dit is in ieder geval wanneer de ondernemer kan worden aangemerkt als een directeur-grootaandeelhouder (DGA) van zijn onderneming. Over het DGA-loon dat hij ontvangt moeten loonbelasting en premies worden afgedragen. 

Nederlands(e) kind(eren)

Sinds de uitspraak van het EU Hof van Justitie in de zaak 'Chavez-Vilchez' geldt ten aanzien van de ouder van (een) Nederlands(e) kind(eren) of diens partner geen inkomenseis. Ook geldt er in die situatie in beginsel geen MVV-vereiste of het vereiste dat de ouder moet zijn geslaagd voor het basisexamen inburgering in het buitenand. Zie meer hierover op: https://www.mvv-gezinshereniging.nl/nieuws/arrest-van-het-eu-hof-van-justitie-in-de-zaak-chavez-vilchez-schept-nieuwe-mogelijkheden-voor-gezinshereniging.

VRIJSTELLING

In sommige gevallen kan de hoofdpersoon in Nederland (referent) worden vrijgesteld van inkomen. Het is dan niet meer van belang uit welke bron het inkomen afkomstig is en wat de hoogte daarvan is. Vrijstelling kan worden verleend in de volgende gevallen:

  1. de referent heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;
  2. de referent is naar het oordeel van de Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt; of
  3. de referent is blijvend niet in staat aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen. 

Ad 2: blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid


Uitkering WAO, WAZ, Wajong

De IND neemt blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid aan als de referent:

  • een uitkering ontvangt op grond van de WAO, WAZ of de Wajong of arbeid verricht in het kader van de Wsw; en
  • aanspraak kan maken op een uitkering op grond van de WAO, WAZ of de Wajong; en voldoet aan alle volgende voorwaarden:
    - uit de toekenningsbeschikking op grond van de WAO, WAZ of Wajong van de uitkerende overheidsinstantie blijkt dat de referent volledig arbeidsongeschikt is; en
    - uit de meest recente uitkeringsspecificatie (die van minimaal één jaar na datum toekenningsbeschikking is) blijkt dat de referent op het moment van het indienen of beoordelen van de aanvraag nog steeds voor 80-100% arbeidsongeschikt is, omdat de uitkering minimaal op gelijke hoogte is gebleven.

Uitkering 'Nieuwe' Wet Wajong (wet geldig vanaf 1 januari 2010)
De IND neemt blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid aan als de referent:

  • een uitkering op grond van de Wet Wajong ontvangt of arbeid verricht in het kader van de Wsw; en
  • aanspraak kan maken op een uitkering op grond van de Wet Wajong; en
  • voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
    - de referent is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt en uit de toekenningsbeschikking en/of uit de meest recente herbeoordeling blijkt dat er geen kans is op herstel; of
    - de referent is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt en uit zowel de toekenningsbeschikking als uit de meest recente herbeoordeling blijkt dat er een geringe kans is op herstel.

Uitkering WIA
De IND neemt blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid aan als de referent:

  • een uitkering op grond van de WIA ontvangt of arbeid verricht in het kader van de Wsw; en
  • aanspraak kan maken op een uitkering op grond van de WIA; en
  • voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
    - de referent valt onder de regeling IVA en uit de toekenningsbeschikking en/of uit de meest recente herbeoordeling blijkt dat er geen kans is op herstel; of
    - de referent valt onder de regeling IVA en uit zowel de toekenningsbeschikking als uit de meest recente herbeoordeling blijkt dat er een geringe kans is op herstel.

De IND neemt blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid in ieder geval niet aan als de referent een uitkering WIA ontvangt op grond van de regeling WGA.

Andere uitkering (bijvoorbeeld Wwb / Participatiewet)

De IND neemt blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid aan als de referent geen uitkering op grond van de WIA, WAO, WAZ, Wet Wajong of Wajong ontvangt en als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:

  • de referent is ten minste twee jaar volledig arbeidsongeschikt;
  • (gedeeltelijk) herstel van de referent is voor ten minste nog een jaar redelijkerwijs uitgesloten; en
  • niet al op voorhand, gelet op de reden(en) van de arbeidsongeschiktheid, is geheel of gedeeltelijk herstel van de referent na dit jaar te verwachten.

Dit kan worden aangetoond met een verklaring van een (particuliere) bedrijfsarts of verzekeringsarts. De arts die de verklaring heeft afgegeven moet met een aantekening over het betreffende specialisme in het BIG-register staan ingeschreven.

Ad 3: blijvend niet in staat aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen

Deze vrijstellingsgrond is bedoeld voor personen die langdurig een bijstandsuitkering ontvangen en geen vooruitzicht hebben om binnen afzienbare tijd aan het arbeidsproces deel te kunnen nemen.

Om op deze grond vrijgesteld te worden van de inkomenseis, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • de referent is vijf jaar door het college van Burgemeester en Wethouders op grond van artikel 9, vijfde lid, Participatiewet volledig ontheven van alle verplichtingen bedoeld in artikel 9, eerste lid, Participatiewet (plicht tot arbeidsinschakeling); en
  • gedeeltelijke of volledige arbeidsinschakeling van de referent is niet binnen één jaar te voorzien.

Dit kan worden aangetoond met de volgende documenten:

  1. toekenningsbesluiten op grond van de Wwb die betrekking hebben op de vijf jaar voorgaand aan de indiening van de aanvraag;
  2. correspondentie met het College van B&W over ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling, die betrekking heeft op de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag; en
  3. (als aanwezig) bewijsmiddelen waaruit blijkt dat arbeidsinschakeling binnen een redelijke termijn niet te verwachten is.

Downloads met meer informatie

Lees ook