Rechtbank Middelburg 16 januari 2020, AWB 19/7022

Samenvatting

7. Niet in geschil is dat eiser ten tijde van het bestreden besluit de vader was van zijn twee Nederlandse kinderen in de leeftijd van (toen) drie en twee jaar. Evenmin is in geschil dat het gezin van eiser tot 21 februari 2017 in Marokko heeft gewoond en dat eisers echtgenote op deze datum, met hun dochter van (toen) één jaar en in verwachting van hun tweede kind, naar Nederland is vertrokken. Tot slot is niet in geschil dat eiser zich met ingang van 12 december 2018 weer bij zijn gezin in Nederland heeft gevoegd en dat eiser in de tussengelegen periode regelmatig en voor langere duur door zijn echtgenote met hun kinderen in Marokko is bezocht.

8. De rechtbank stelt vast dat eiser ter onderbouwing van de band met zijn kinderen een grote hoeveelheid documenten heeft overgelegd, waaronder veel foto’s waarop hij met zijn kinderen is afgebeeld. Dat deze foto’s, zoals verweerder in het primaire besluit heeft overwogen, niet zijn gedateerd, betekent niet dat daaraan op voorhand elke relevantie moet worden ontzegd. Aan de hand van de groter wordende kinderen is immers vast te stellen dat de foto’s betrekking hebben op een langere periode. Bovendien heeft eiser in bezwaar opnieuw foto’s overgelegd en deze wel gedateerd en van een schriftelijke toelichting voorzien. Gelet op de bewijsstukken die eiser heeft ingebracht, is niet begrijpelijk hoe verweerder zich, zonder nader onderzoek, op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen sprake is van een zodanige afhankelijkheid tussen eiser en zijn kinderen, dat zij gedwongen zouden worden het grondgebied van de Europese Unie te verlaten als aan eiser een verblijfsrecht wordt geweigerd. Uit de bewijslastverdeling uit het arrest Chavez-Vilchez volgt dat het op de weg van verweerder ligt om aan de hand van de door eiser verstrekte gegevens de afhankelijkheidsverhouding met zijn kinderen te onderzoeken. Dit betekent dat verweerder zich bij zijn beoordeling niet kan beperken tot de vaststelling dat eiser onvoldoende objectieve bewijsstukken heeft overgelegd. Verweerder dient de gestelde afhankelijkheidsverhouding actief en zo nodig door middel van de inschakeling van een deskundige, bijvoorbeeld van de Raad voor de Kinderbescherming, te onderzoeken. Nu verweerder een dergelijk onderzoek achterwege heeft gelaten, is sprake van een zorgvuldigheidsgebrek.

9. Uit de foto’s die eiser in de aanvraagfase en in bezwaar heeft overgelegd komt het beeld naar voren dat eiser over een periode van meerdere jaren nauw betrokken is geweest bij de opvoeding en de verzorging van zijn kinderen. Dit beeld wordt bevestigd door de verklaringen van eisers echtgenote en van enkele naaste familieleden, die eiser in bezwaar heeft overgelegd. Hoewel aan verweerder kan worden toegegeven dat die verklaringen niet afkomstig zijn uit objectieve bron, betekent dat niet dat daaraan elke betekenis kan worden ontzegd. De verklaringen moeten immers worden bezien in samenhang met de overige bewijsstukken, waaronder de vliegtickets, de printscreens van contact via whatsapp en de verklaring van de verloskundige van 17 april 2019 dat eiser aanwezig was bij de controles van zijn echtgenote. Bovendien heeft eiser in beroep, ter nadere onderbouwing van zijn betrokkenheid bij de zorg voor zijn kinderen, schriftelijke verklaringen overgelegd van enkele zorginstellingen. Daaruit blijkt dat eiser aanwezig was bij de geboorte van zijn derde kind op 1 september 2019, dat eiser de kraamverzorging werk uit handen heeft genomen omdat hij toch de hele dag thuis was en dat eiser in het ziekenhuis heeft overnacht toen zijn dochter daar voor een operatieve ingreep verbleef. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat eiser zorg- en opvoedingstaken verricht die het marginale karakter ontstijgen. Verweerders oordeel dat eiser niet de daadwerkelijke zorg heeft over zijn kinderen is daarom niet deugdelijk gemotiveerd.

10. Verder stelt de rechtbank vast dat eiser ten tijde van het bestreden besluit al ruim acht maanden bij zijn kinderen in Nederland verbleef en met hen samenwoonde, terwijl hij ook in Marokko langdurig met zijn gezin heeft samengewoond. Weliswaar zijn eiser en zijn kinderen in de tussengelegen periode, van 21 februari 2017 tot 12 december 2018, van elkaar gescheiden geweest, maar daaraan komt beperkte betekenis toe, vanwege de omstandigheid dat eiser in die periode regelmatig in Marokko door zijn gezin werd bezocht, terwijl uit de bewijsstukken die eiser heeft overgelegd voldoende blijkt dat hij dagelijks, via een videoverbinding, contact met zijn kinderen onderhield. Verweerder heeft daarom onvoldoende onderkend dat de kinderen mogelijk op zodanige wijze aan eiser zijn gehecht, dat de weigering om eiser verblijf hier te lande toe te staan onaanvaardbare negatieve gevolgen zal hebben voor hun emotionele welzijn. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat verweerder de jonge leeftijd van de kinderen, hun lichamelijke en emotionele ontwikkeling, de mate van hun affectieve relatie met zowel eiser als hun moeder en het risico dat voor het evenwicht van de kinderen zou ontstaan als zij van eisers ouder zouden worden gescheiden, op kenbare wijze in zijn beoordeling heeft betrokken. Ook verweerders oordeel dat tussen eiser en zijn kinderen geen sprake is van een zodanige afhankelijkheidsverhouding dat de kinderen bij weigering aan eiser een verblijfsrecht toe te kennen gedwongen zouden worden het grondgebied van de Europese Unie te verlaten, is daarom niet deugdelijk gemotiveerd.

11. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat eiser ten onrechte niet in bezwaar is gehoord. Gelet op het voorgaande kan immers niet worden gesteld dat er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over bestaat dat de bezwaren van eiser niet tot een ander besluit kunnen leiden.

Link naar volledige uitspraak (rechtspraak.nl)

 

Terug naar overzicht