Rechtbank Haarlem 25 maart 2020, AWB 19/7433

Samenvatting

De rechtbank overweegt dat uit het arrest Chavez Vilchez volgt dat het in eerste instantie aan eiser is om gegevens te verschaffen die aantonen dat zijn kinderen de EU zouden moeten verlaten als hij geen verblijfsrecht krijgt in Nederland. Dat heeft hij noch bij zijn aanvraag noch in bezwaar gedaan. Bij de motivering van zijn bezwaarschrift, bij brief van 4 april 2019, heeft hij alleen gevraagd om een hoorzitting zodat verweerder zijn kinderen met hem kan observeren en hem kan laten toelichten hoe hij en zijn partner invulling geven aan de zorg- en opvoedingstaken. Ook heeft hij gevraagd om een nadere termijn voor het indienen van verdere stukken. Op dat laatste verzoek heeft verweerder niet gereageerd. Op 2 september 2019, dus bijna vijf maanden na eisers verzoek om een nadere termijn, heeft verweerder zonder eiser te horen diens bezwaar ongegrond verklaard.

Ook in beroep heeft eiser geen gegevens verschaft die aantonen dat zijn kinderen de EU zouden moeten verlaten als hij geen verblijfsrecht krijgt in Nederland. Anders dan in bezwaar erkent hij in beroep een verblijfsrecht in Spanje te hebben en dat aan te willen houden. Hij benoemt en omschrijft geen enkele zorgtaak die hij vervult voor zijn kinderen en stelt evenmin dat er een afhankelijkheidsrelatie is. Nadere stukken heeft hij niet ingediend en ter zitting heeft hij desgevraagd ook geen stukken genoemd die hij had willen indienen.

Eiser heeft voordat verweerder het bestreden besluit nam dus op geen enkele manier invulling gegeven aan zijn verplichting om gegevens te verschaffen. Dit terwijl deze verplichting al is omschreven op het door hem ingediende aanvraagformulier. De rechtbank ziet daarom geen grond om te oordelen dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat verweerder eiser niet heeft gehoord en hem geen termijn heeft geboden voor het indienen van nadere stukken.

Alleen al omdat eiser niet heeft aangetoond dat zijn kinderen de EU zouden moeten verlaten als hij geen verblijfsrecht krijgt in Nederland, heeft verweerder zijn aanvraag kunnen afwijzen zoals hij dat bij het bestreden besluit heeft gedaan. Het beroep is daarom ongegrond.

Link naar volledige uitspraak (rechtspraak.nl)

Terug naar overzicht