Rechtbank Arnhem 6 februari 2020, AWB 19/7020

6. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de kinderen van eiseres niet gedwongen worden de Europese Unie als geheel te verlaten. De kinderen kunnen als Unieburgers immers vrij reizen en hebben drie maanden verblijfsrecht in de andere lidstaten op grond van artikel 6 van de Verblijfsrichtlijn, en langer wanneer aan de voorwaarden van artikel 7 van de Verblijfsrichtlijn wordt voldaan. Daarbij merkt de rechtbank op dat uit het dossier blijkt dat eiseres in ieder geval in Duitsland het recht heeft om te werken. Dit geldt gezien zijn Nederlandse nationaliteit ook voor de echtgenoot van eiseres.

6.1. Hoewel het Hof van Justitie in het arrest Chavez-Vilchez heeft geoordeeld dat bij de beoordeling van artikel 20 VWEU rekening moet worden gehouden met de afhankelijkheidsrelatie en de rechten van het kind, betekent dit niet dat onder alle omstandigheden de eenheid van het gezin doorslaggevend is. Het Hof heeft immers ook nadrukkelijk benoemd dat het moet gaan om een situatie waarin een Unieburger feitelijk wordt verplicht om het grondgebied van niet alleen de lidstaat waarvan hij staatsburger is, maar ook dat van de Unie als geheel te verlaten.9 Zoals hierboven besproken, is daarvan naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. De beroepsgrond van eiseres slaagt niet.
 

Terug naar overzicht