Ga direct naar de inhoud.

MVV-gezinshereniging.nl

Databank 'Chavez-Vilchez' uitspraken

Hier vindt u een selectie van uitspraken die wij konden vinden over verblijf bij Nederlandse kinderen.

Heeft u een interessante uitspraak om met ons te delen?
Stuur deze dan graag naar ons op en wij voegen deze - geanonimiseerd - toe aan de databank.

Rechtbank Haarlem 2 april 2020, AWB 19/7766

Aanvraag document artikel 9 Vw voor verblijf bij zoon o.g.v. Chavez-Vilchez. Afhankelijkheid en zorgtaken voor referent niet aannemelijk gemaakt. Eiser heeft geen objectief bewijs overgelegd ter onderbouwing van zijn zorgtaken voor referent. Het overgelegde ouderschapsplan is daartoe onvoldoende. Uit het ouderschapsplan kan niet worden opgemaakt op welke wijze eiser invulling geeft aan zorgtaken.

Lees meer

Rechtbank Haarlem 25 maart 2020, AWB 19/7433

De rechtbank overweegt dat uit het arrest Chavez Vilchez volgt dat het in eerste instantie aan eiser is om gegevens te verschaffen die aantonen dat zijn kinderen de EU zouden moeten verlaten als hij geen verblijfsrecht krijgt in Nederland. Dat heeft hij noch bij zijn aanvraag noch in bezwaar gedaan. Bij de motivering van zijn bezwaarschrift heeft hij alleen gevraagd om een hoorzitting zodat verweerder zijn kinderen met hem kan observeren en hem kan laten toelichten hoe hij en zijn partner invulling geven aan de zorg- en opvoedingstaken. Ook heeft hij gevraagd om een nadere termijn voor het indienen van verdere stukken. Op dat laatste verzoek heeft verweerder niet gereageerd. Bijna vijf maanden na eisers verzoek om een nadere termijn, heeft verweerder zonder eiser te horen diens bezwaar ongegrond verklaard.

Lees meer

Rechtbank Den Haag 26 februari 2020, AWB 19/2409

Aanvraag voor document waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt is afgewezen. Arrest Chavez-Vilchez. Eiseres heeft verblijfsrecht in Spanje. Niet is gebleken dat Spaans verblijfsrecht is vervallen. Beroep ongegrond.

Lees meer

Rechtbank Arnhem 6 februari 2020, AWB 19/7020

Meervoudige kamer. Afgeleid verblijfsrecht artikel 20 VWEU; arrest Chavez-Vilchez. Eiseres geniet internationale bescherming in Duitsland en Bulgarije. De kinderen van eiseres hebben de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank is van oordeel dat de kinderen van eiseres niet gedwongen worden de Europese Unie als geheel te verlaten. De kinderen kunnen als Unieburgers immers vrij reizen en hebben drie maanden verblijfsrecht in de andere lidstaten op grond van artikel 6 van de Verblijfsrichtlijn, en langer wanneer aan de voorwaarden van artikel 7 van de Verblijfsrichtlijn wordt voldaan. Hoewel het Hof van Justitie in het arrest Chavez-Vilchez heeft geoordeeld dat bij de beoordeling van artikel 20 VWEU rekening moet worden gehouden met de afhankelijkheidsrelatie en de rechten van het kind, betekent dit niet dat onder alle omstandigheden de eenheid van het gezin doorslaggevend is. Beroep ongegrond.

Lees meer

Rechtbank Den Haag 30 januari 2020, AWB 19/2992

Ook tussen volwassenen kan een zodanige afhankelijkheidsverhouding bestaan dat hieruit een verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU kan ontstaan. Onder verwijzing naar het arrest K.A. van het HvJEU van 8 mei 2018 (hierna: arrest K.A.)2 heeft de rechtbank voorts geoordeeld dat niet zonder nader onderzoek, bijvoorbeeld door een gehoor, reeds op voorhand kon worden uitgesloten dat sprake is van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in het arrest K.A. waarbij tussen volwassen familieleden een zodanige afhankelijkheidsverhouding bestaat dat deze een afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) doet ontstaan, namelijk in gevallen waarin de betrokkene, gelet op alle relevante omstandigheden, op geen enkele wijze kan worden gescheiden van het familielid van wie hij afhankelijk is. Bij dit oordeel betrok de rechtbank dat eiser bij de aanvraag stukken had overgelegd waarbij was gesteld dat referent volledig afhankelijk is van eiser.

De rechtbank dient [thans] de vraag te beantwoorden of verweerder, toetsend aan het arrest K.A., zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat niet aannemelijk is gemaakt dat tussen eiser en referent een zodanige afhankelijkheidsverhouding bestaat dat referent, gelet op alle relevante omstandigheden, op geen enkele wijze kan worden gescheiden van eiser van wie hij afhankelijk is. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend.

Lees meer