Ga direct naar de inhoud.

Nederlands gezinsherenigingsbeleid niet in lijn met EU Richtlijn

Op woensdag 10 september 2014 heeft het College voor de Rechten van de Mens een rapport uitgebracht over het Nederlandse beleid voor gezinshereniging.

Het College heeft 325 dossiers onderzocht van migranten die om toelating in het kader hebben gevraagd, terwijl zij zelf nog in het buitenland wonen.

Aan de hand van het onderzoek komt het College tot de conclusie dat het nationale beleid en de uitvoeringspraktijk 'op essentiële punten' niet voldoen aan de Europese Gezinsherenigingsrichtlijn.

Hierdoor wordt het recht op bescherming van het gezinsleven volgens het College onvoldoende gewaarborgd. Dit recht is neergelegd in diverse mensenrechtenverdragen, het EU Grondrechtenhandvest en verder versterkt in de Gezinsherenigingsrichtlijn.

Bij de implementatie van de Richtlijn voerde Nederland een flink aantal aanscherpingen
van de toelatingsvereisten in om zo de achterblijvende integratie van kansarme 
migranten aan te pakken. Met deze aanscherpingen zocht Nederland niet alleen de 
grenzen op van wat binnen de Richtlijn nog aanvaardbaar is, maar grenzen worden volgens het College ook overschreden.

In het rapport wordt met name stilgestaan bij de volgende drie toelatingseisen:
■ Het inkomensvereiste;
■ De verplichting om voor de komst naar Nederland het inburgeringsexamen te halen;
■ Kosten (leges) voor de gezinsherenigingsprocedure.

Op alle drie de punten wordt geconcludeerd dat deze eisen niet in overeenstemming zijn met Europese normen.

Zie het persbericht en het rapport op http://www.mensenrechten.nl/berichten/nederlands-gezinsherenigingsbeleid-niet-lijn-met-eu-richtlijn.

Lees ook